Doelgroep

Doelgroepbeschrijving

Een ‘gezinshuiskind’ is als doelgroep moeilijk te omschrijven. Vanuit de gedachte dat zorg zo licht mogelijk moet zijn, is een gezinshuiskind een kind dat niet (meer) in een pleeggezin kan wonen, omdat de problematiek hiervoor te zwaar is (geworden). En de problematiek van een gezinshuiskind is dan weer te licht voor hoogcomplexe zorg, zoals leef- of behandelgroep. Ook komt het voor dat er geen pleeggezin gevonden wordt vanwege de leeftijd van de jeugdige, en ook dan kan er aan een gezinshuis gedacht worden.

Het kind beschikt over een ten minste benedengemiddelde intelligentie. Er is sprake van problematiek, maar niet dermate ernstig dat hiervoor intensieve behandeling nodig is. De veiligheid van het kind zelf of anderen is niet in het geding door de problematiek. Ouders kunnen in voldoende mate verdragen dat hun kind in een gezinshuis woont. Het kind is (met hulp) in staat om in een gezin te leven en wil dit ook. Het kind heeft dagbesteding in de vorm van school of werk.


Wat valt onder de zorg van een gezinshuis

Vanuit de zorgvorm geredeneerd, is een gezinshuiskind een kind dat woonzorg nodig heeft. Woonzorg is geen behandeling.

Onder woonzorg valt alles wat het wonen in een gezinshuis behelst, zoals huisvesting (inclusief een eigen slaapkamer en de inrichting ervan), gebruiksartikelen, voedingskosten, reis- en vervoerskosten, zak- en kleedgeld, de zorg en aandacht van de gezinshuisouder, evenals kosten die voor het onderwijs worden gemaakt.

Begeleiding die geboden wordt door de gezinshuisouders in het kader van het wonen in een gezinshuis, dus met als doel stabilisering, verwerking en het omgaan met wonen in een gezinshuis, kan onder woonzorg vallen. Ook inzet die nodig is van de gezinshuisouders in het kader van samenwerken met het netwerk van het kind valt onder de woonzorg.

Intensieve ouderbegeleiding, bijvoorbeeld in het kader van accepteren van de plaatsing, begeleide omgang of veiligheid in de thuissituatie, etc. valt niet onder woonzorg. Aanvullende jeugdhulp valt ook niet onder woonzorg.

mei 2018

Vragenlijst Pedagogisch Leefklimaat

Afgenomen bij 5 kinderen


Open leefklimaat 4,5 - dit is boven het gemiddelde


Gesloten leefklimaat 2,3 - dit is beneden het gemiddeld


Ondersteuning 9,2

Wat je hier leert 8,4

Sfeer 9,1

Hoe het huis eruit ziet 9,8

Regels 6,8

Veiligheid 8,8


Opvallendheden en verbeterpunten

Naar voren komt dat de regels als duidelijk worden ervaren, maar dat sommige regels stom zijn. Een voorbeeld dat genoemd wordt is dat er doordeweeks geen suiker gegeten wordt in het gezinshuis. Met betrekking tot de veiligheid gaf een jeugdige een zeer lage score, omdat de gezinshuisouders destijds nog een BHV cursus moeten volgen. Inmiddels is er een BHV'er in het gezinshuis.

De score op gesloten leefklimaat kan omlaag door te werken aan het gevoel van drukte in het gezinshuis. Ook geeft een van de jeugdigen aan het moeilijk te vinden om de andere jeugdigen in het gezinshuis te vertrouwen.


Vragenlijst Onderlinge Omgang

Afgenomen bij 5 kinderen

Omdat een van de jeugdigen aangaf het moeilijk te vinden de andere jeugdigen te vertrouwen, is een vragenlijst over de onderlinge omgang afgenomen. Hieruit blijkt het volgende:


Negatieve omgang: 2,1 - dit is beneden het gemiddelde


Positieve omgang: 3,9 - dit is boven het gemiddelde


Opvallendheden en verbeterpunten

Eventuele verbeterpunten die naar voren komen, zijn dat er verhoogd gescoord wordt op 'andere jongeren hebben vaak een slecht humeur' en 'jongeren zijn hier jaloers'.


Het zit dus wel goed met het leefklimaat en de onderlinge omgang in ons gezinshuis.

De verbeterpunten die uit de vragenlijsten naar voren komen, zullen onderwerp van gesprek worden in het gezinshuis.

Copyright © All Rights Reserved